fbpx

Subsidies in de BTW

Regelmatig wordt de omzetbelastingpraktijk geconfronteerd met het fenomeen “subsidies”. Wanneer inkomsten onder de noemer subsidie worden ontvangen, ontstaan interessante vragen met betrekking tot de heffing van omzetbelasting, ook wel de belasting over de toegevoegde waarde (BTW) genoemd (*1). Reden genoeg om een blog te wijden aan dit onderwerp.

Subsidie btw-belast?

Allereerst rijst de vraag of door een ondernemer ontvangen subsidiegelden onderworpen zijn aan de heffing van omzetbelasting (*2). Uw onderbuik gevoel zegt wellicht dat subsidies niet belast zouden moeten zijn met btw, omdat zij vaak vanuit ideële motieven worden verstrekt. Vanuit btw-optiek is echter doorslaggevend of de subsidieverstrekking als vergoeding voor door de subsidieontvanger verleende prestaties kan worden gezien. Is zulks het geval, dan is sprake van een belastbare subsidie. Onbelastbare subsidies worden niet gezien als een vergoeding voor een activiteit, doordat zij niet direct verband houden met een belastbare prestatie (belast dan wel vrijgesteld) van een belastingplichtige.

Het is de verscheidenheid aan subsidiesoorten (*3) die maakt dat de hiervoor opgeworpen vraag vaak lastig te beantwoorden is. In de nationale en Europese fiscale jurisprudentie is deze kwestie dan ook verscheidene malen onderwerp van discussie geweest. Ondanks deze stroom aan jurisprudentie blijkt dat de btw-kwalificatie van subsidies in sommige situaties een lastige aangelegenheid blijft.

In feite is bij de beoordeling van de belastbaarheid van een subsidie sprake van de onderstaande “drietrapsraket”:
1. Wordt de gesubsidieerde als ondernemer in de zin van de omzetbelasting aangemerkt?
2. Houdt de ontvangen subsidie rechtstreeks verband met de prestatie van de subsidieontvanger?
3. Leidt de activiteit van de gesubsidieerde tot verbruik van deze prestatie door de subsidieverstrekker of een identificeerbare derde?

Indien deze drie vragen allen bevestigend beantwoord moeten worden, dan kan geconcludeerd worden dat sprake is van een belastbare subsidie voor de btw.

Subsidies zijn vaak onbelast voor de btw. Als de subsidie evenwel de vergoeding vormt voor een prestatie, kan daarover btw zijn verschuldigd. De Belastingdienst controleert steeds vaker op subsidies. Benny Bouwman

Invloed op het recht op aftrek van btw?

Naast de discussie rondom de belastbaarheid van subsidieontvangsten, wordt in btw-land sinds jaar en dag geworsteld met de vraag of de ontvangst van een subsidie het recht op aftrek van voorbelasting beïnvloedt. Met voorbelasting bedoelen we de btw die ondernemers door andere ondernemers in rekening gebracht krijgen ter zake van aan hen verrichte leveringen of verleende diensten. In beginsel kent het recht op aftrek van voorbelasting twee begrenzingen. Allereerst kan de btw op kosten die worden gemaakt voor handelingen die buiten het bereik van de omzetbelasting vallen (niet-economische activiteiten) niet in aftrek worden gebracht. Daarnaast geldt dat wanneer kosten worden gemaakt voor vrijgestelde prestaties, de daarop drukkende voorbelasting niet voor aftrek in aanmerking komt. Er bestaat dus slechts recht op aftrek van voorbelasting voor zover de goederen en diensten ter zake waarvan btw in rekening is gebracht, door een ondernemer worden gebruikt voor belaste economische activiteiten.

Verricht een gesubsidieerde ondernemer evenwel economische activiteiten bestaande uit zowel belaste als vrijgestelde prestaties, dan bestaat slechts recht op aftrek van de btw op kosten die zijn toe te rekenen aan diens belaste prestaties (pro rata aftrekrecht). Activiteiten die een subsidieontvanger bekostigt met een btw-onbelastbare subsidie zonder dat daar andere vergoedingen voor worden ontvangen, kunnen een economisch karakter ontberen. Zij worden dan bestempeld als niet-economische activiteit. De vraag komt dan op of, en in hoeverre, de ontvangst van een onbelastbare subsidie het recht op aftrek van voorbelasting van deze gesubsidieerde ondernemer beïnvloedt. Die vraag stellen is echter eenvoudiger dan hem beantwoorden.

Wanneer een ondernemer kosten maakt die niet volledig zijn toe te rekenen aan diens economische activiteiten, maar tevens (deels) betrekking hebben op de niet-economische activiteiten worden we geconfronteerd met een probleem waarvoor in de Europese (*4) en nationale wetgeving (*5) geen oplossing is voorzien. Om het aftrekrecht van de ondernemer te bepalen, dient in die gevallen een splitsing van de voorbelasting te worden aangebracht tussen de economische, respectievelijk niet-economische handelingen waarop zij betrekking hebben. We verzanden dan in de met mist omhulde problematiek van de “pre pro rata”. Een ingewikkelde term, met een minstens zo complexe uitwerking. Het voert dan ook te ver om deze systematiek hier uiteen te zetten. Wat u in het achterhoofd moet houden, is dat het ontvangen van een onbelastbare subsidie nadelige gevolgen teweeg kan brengen voor het recht op aftrek van de aan de subsidieontvanger door andere ondernemers in rekening gebrachte btw ter zake van afgenomen leveringen of diensten.

Resumé, en wat geef ik u mee?

De problematiek omtrent de btw-behandeling van subsidies is dus tweeledig. Enerzijds speelt de vraag in hoeverre subsidies onderworpen zijn aan de heffing van btw. Anderzijds is onduidelijk of en in hoeverre de ontvangst van een subsidie van invloed is op het recht op aftrek van voorbelasting van een ondernemer.

Subsidies zijn vaak onbelast voor de btw. Als de subsidie evenwel de vergoeding vormt voor een prestatie, kan daarover btw zijn verschuldigd. De Belastingdienst controleert steeds vaker op subsidies. Daarbij is een tendens waarneembaar waarbij de Belastingdienst sneller de stelling inneemt dat sprake is van een btw-belastbare vergoeding en derhalve btw naheft. Om niet voor onaangename verassingen te komen staan, is het raadzaam om vóór of gedurende de subsidieaanvraag de subsidie op haar btw-merites te (laten) beoordelen. Een eventueel btw-risico kan dan op tijd worden gesignaleerd.

Ondernemers zullen normaliter verheugd zijn als zij er uiteindelijk in slagen subsidiegelden los te weken bij de overheid. Wanneer de Belastingdienst zich vervolgens echter op het standpunt stelt dat de subsidie de tegenwaarde vormt voor een niet-economische activiteit, zal deze blijdschap echter voor een deel vervagen als blijkt dat de ontvangst van de subsidie een beperkende werking heeft op het recht op aftrek van voorbelasting. De subsidie lijkt haar doel dan voorbij te schieten, doordat het beoogde financiële voordeel als sneeuw voor de zon verdwijnt. De btw die niet in aftrek kan worden gebracht vormt immers een kostenpost voor de gesubsidieerde ondernemer.

Als zulks het geval is, dient men de handdoek echter niet bij voorbaat in de ring te gooien. Het feit dat er geen heldere voorschriften voorhanden zijn ter bepaling van het aftrekrecht van een ondernemer die zowel economische- als niet-economische activiteiten verricht, biedt namelijk mogelijkheden waar een btw specialist op in kan springen. Het is goed mogelijk dat de subsidieontvanger in een afstemming met de Belastingdienst omtrent zijn aftrekrecht dan alsnog winnend uit de ring stapt!

W.B. Bouwman, MSc.
Werkzaam als btw-specialist bij BDO Accountants & Belastingadviseurs B.V. te Rotterdam.

1: In deze publicatie worden de benamingen btw en omzetbelasting door elkaar heen gebruikt.
2: De facto dient eerst nog te worden beoordeeld of de geldelijke verstrekking überhaupt kwalificeert als subsidie. Omwille van de eenvoud laat ik deze toetsing in deze publicatie buiten beschouwing.
3: Voor de fiscaliteit worden veelal de volgende subsidiesoorten onderkend: de exploitatiesubsidie, de budgetsubsidie, de prijssubsidie en de verbruikssubsidie.
4: Richtlijn 2006/112/EG (btw-richtlijn)
5: Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968

 

Heeft u nog vragen? Neem dan gerust contact met ons op.