Octrooien : heiligt het doel de middelen?

Octrooien (buiten Nederland meestal patenten genaamd) hebben betrekking op technische vindingen, die nieuw en inventief moeten zijn. Met nieuw wordt bedoeld dat er nergens op aarde een publicatie is die de vinding laat zien, waarbij ook uitingen op het internet als publicatie gelden. Een publicatie is dus een vrij absoluut begrip. Daarentegen is het begrip inventief ingewikkelder; in het kort komt het er op neer dat een vinding niet voor de hand moet liggen.

Een octrooi geeft de aanvrager van het octrooi bescherming voor de geoctrooieerde werkwijze of product. Deze werkwijze of product staan aan het eind van een octrooidocument en zijn verwoord in claims (of conclusies). Het is aan anderen niet toegestaan het product na te maken of de werkwijze te volgen. Een octrooi geeft in het algemeen een sterke bescherming van een vinding.

Het doel van een octrooi is primair bescherming te krijgen van de vinding. Maar er zijn meer en soms ook parallelle doelen; een octrooi kan waarde aan een onderneming toe voegen; een octrooi kan verkocht worden; er kan een licentie aan een andere partij gegeven worden; een octrooi geeft een innovatief imago; en zo verder.

Een octrooi kan ook gebruikt worden om voor subsidieverstrekkers duidelijk te maken dat er een innovatie heeft plaats gevonden, waarmee dan indien dat het geval is aan deze vereiste voor subsidieverlening voldaan is. Evenzo kan een octrooi voor andere fiscale doeleinden gebruikt worden. En verder kan het octrooi als defensief of offensief wapen gebruikt worden: defensief om de octrooihouder te verdedigen als deze bijvoorbeeld op inbreuk wordt aangesproken, en offensief om anderen van de markt te houden.

Een octrooi is alleen geldig in een bepaald land, bijvoorbeeld Nederland. Afgezien van “Europa” bestaan er nauwelijks of geen gemeenschappelijke octrooien, bijvoorbeeld voor Noord-Amerika. Dat heeft als gevolg dat als de octrooihouder bescherming voor de vinding in veel landen wil hebben dit een behoorlijke investering met zich mee brengt. Zelfs voor Nederland is de investering aanzienlijk. Daarom is het wenselijk dat vooraf een beeld gevormd wordt waar, wanneer en hoe de investering terug verdiend wordt. En is daar een octrooi voor nodig, of meerdere, of in meer landen, en zo verder.

Gelukkig kan vaak een deel van de investering door subsidies terug verdiend worden. Subsidies zijn naast eigen investeringen en kapitaal van investeerders met name in de aanvangsfasen van een onderneming van belang. Ook in een latere fase kunnen subsidies bijdragen in het terugdringen van de door een ondernemer te maken kosten van innovaties. De timing van de innovatie, cash flow en octrooiverlening lopen helaas zelden parallel. Een zorgvuldige begroting, ondernemerschap, planning en overleg kunnen de ergste ellende voorkomen. Deze “middelen” lijken in de praktijk betrekkelijk heilig te zijn, dat wil zeggen onmisbaar.

Of het doel van bescherming de middelen heiligt kan misschien beter omgevormd worden tot de vraag of de middelen het doel heiligen. Dr. Leon Vogels -Europees Octrooigemachtigde van Octrooibureau Los & Stigter